WALLY |
|
Onze overheerlijke, fantastische auto. Een Toyota Landcruiser HJ61 uit 1988 met een uiterst krachtige zescylinder turbodiesel motor met 4.2 liter inhoud. De auto is helemaal expeditie-gereed. |
|
![]() |
|
Wat is nu eigenlijk expeditie-gereed? Uiteraard hangt dat helemaal af van je persoonlijke wensen en het gebied waar je naar toegaat. Met Wally kun je in ieder geval rustig de wereld rond . Ten eerste is hij technisch zeer goed nagekeken. Han en Maarten hebben er geen gras over laten groeien. Bijna alles is wel uitelkaar gehaald en gereviseerd of vervangen waar nodig. Het zwaarste onderstel van OME die op deze auto kon is er ondergezet. Tevens zijn er zes 16" stalen velgen en banden aangekocht en hebben we dus 2 reserve. Heel vernunftig zijn die in een soort rek achter de voorstoelen geplaatst om het zwaartepunt zo laag mogelijk te houden. Ook is een snorkel geplaatst. Niet om door diep water te waden, maar om de luchtfilters te sparen die het zeer zwaar hebben in het stoffige Afrika. Ook handig is de tweede dieseltank van 120 liter. Er is een heel simpel, maar doeltreffend systeem gemaakt waarmee de diesel in de originele tank kan worden getankt. Ten tweede zijn er allemaal accessoires ingebouwd die allemaal expeditie gerelateerd zijn. Zo is er een 80 liter watertank geplaatst op de vloer van de auto direct achter de reservebanden. Een goede plaats om het zwaartepunt zo laag mogelijk te houden. Tevens is er een zeer goed waterfilter systeem aan de watertank verbonden. In de folder staat dat je nu werkelijk al het water kan tanken en daarna drinken (ook al zit er cholera in). Er zijn twee omvormers geplaatst. 24V -> 12 V en 24V -> 220V (de auto zelf is 24V). We zijn dus van alle markten thuis. Helemaal gaaf is de walstroom. Net als een caravan of kamper kunnen we de auto aansluiten op externe 220V. Het is zelfs zo dat de ingebouwde 40 liter Engel koelkast automatisch van 24V naar externe 220V overschakelt, als dat ten minste wordt aangesloten. Bovendien is er een 24V-lader ingebouwd die de accu's van de auto kan laden met die externe 220V. De accu's zijn ook heel speciaal. Het zijn zg. start & deep-cycle accu's gevuld met gel. Je kunt er dus een auto mee starten, maar ook de koelkast kan er goed op aan worden gesloten zonder dat die de accu's gelijk leeg trekt. Ook vast ingebouwd is een compressor met twee uitgangen (links en rechts). Zo kan heel makkelijk hoge druk worden verkregen waar je maar wil rondom de auto. Veelvuldig wordt dit gebruikt om de banden op te pompen. In Afrika rijdt je afwisselend over asfalt en zand en dat vergt steeds een andere bandenspanning. Zeker als je door zeer mul zand moet rijden moet je echt de bandenspanning enorm verlagen. Na dat stukje zand is het toch wel makkelijk dat je de banden weer kunt oppompen. Handig zijn ook de inklapbare rijplaten. Nemen niet veel ruimte in beslag, maar zijn oh zo handig als je vastzit.
Andere zaken die expeditie gerelateerd zijn is bijvoorbeeld de inrichting van de auto. Wij hebben gekozen voor een soort dubbele laadvloer. Heel vakkundig zijn de laadvloeren voorzien van houten latjes waar precies onze 14 kratten inpassen. Het is niet eens nodig om de boel goed vast te sjorren. De kratten zijn van hard kunstof en bergen al onze spullen op. Uit één stuk RVS en bovendien op maat gemaakt is de imperial. Deze past naadloos op ons dak. Er is zelfs rekening gehouden met ons dakraam. Wij kunnen ons dakraam helemaal eruithalen en van binnenuit naar boven klimmen om zo comfortabel te zitten op onze roofrack (imperial klinkt toch niet). Geweldig om zo de wilde beesten te bekijken (en te fotograferen en te filmen). Ondanks een grote daktent is er genoeg ruimte voor andere zaken. Zo hebben wij op dak een grote expeditiekist, past er een grote tafel onder de daktent, zijn er twee houders voor 10 liter gasflessen en is de hi-jack netjes weggewerkt. Kortom een geweldig roofrack. Vanuit de tent kun je trouwens ook zo op het dak komen. Zeg maar een soort dakterras. Aan de rechter zijkant van de roofrack is een dakladder gemonteerd. Die kun je loshalen en vasthaken om makkelijk op het dak te klimmen.
Ook qua kampeeruitrusting is de auto vrij volledig. Een ruime daktent van 1.40 mtr breed van de firma Howling Moon is aangekocht. Zeer makkelijk op te tuigen. Het inklappen vergt iets meer werk, maar is nog steeds goed te doen. Als we ergens langer staan kunnen we het ons nog comfortabeler maken. Aan de linkerkant van de roofrack is een luifel gemonteerd die je kunt uitrollen. Handig als er geen schaduw is. We hebben zelfs een benedentent die je aan de daktent kunt vastritsen. Dat is toch wat meer werk en wordt zeer weinig gebruikt, maar voor langere tijd ergens staan is het wel de moeite waard. Zeker als het regent. We koken op gas, maar zijn ook in het bezit van een zg. potjie, om in het kampvuur te kunnen koken. Het enige wat we dus niet hebben is satelliet-TV, een douche of bad, en een toilet (alhoewel we wel een veldtoilet hebben in de vorm van een opvouwbaar krukje met wc-deksel). Een solar-systeem om zo energie te krijgen schijnt ook goed te werken, maar dat hebben we ook niet. Voor de rest is Wally dus lekker ons thuis, hebben we niets anders nodig en voelen we ons behoorlijk Gipsy. |
|